Deel 2: Inheemse soorten

Inheemse soorten zijn soorten die van nature in een gebied voorkomen. Ze zijn niet door de mens ingevoerd. Soorten die door de mens ingevoerd zijn noemen we exoten of uitheemse soorten. Vaak worden exotische soorten planten ingevoerd, omdat ze er mooi uit zien.

We hebben in Nederland ongeveer 100 inheemse bomen- en struikensoorten. Na de laatste ijstijd, ca 12.000 jaar geleden, hebben deze soorten zich in ons land gevestigd. Deze wilde soorten hebben destijds migratieroutes afgelegd vanuit Spanje en Italië. Echte inheemse wilde soorten komen steeds minder voor. De helft van deze wilde inheemse bomen en struiken is zelfs zeldzaam in Nederland.

Insecten op bomen

Op inheemse soorten komen veel meer verschillende insectensoorten voor dan op uitheemse soorten.

Zo komen er op de inheemse zomereik gemiddeld zo’n 335 tot 423 verschillende soorten insecten voor, terwijl er op de uitheemse Amerikaanse eik slechts 12 soorten insecten voorkomen. Je zou verwachten dat het beide eiken zijn en daarom het aantal insecten ongeveer gelijk zou zijn, maar dat is dus zeker niet het geval.

Inheemse soorten (zowel planten als insecten) hebben zich in de loop der tijd aan elkaar aangepast. Zo past de bloeitijd bijvoorbeeld bij de tijd dat de insecten nectar nodig hebben. Hoe langer een soort is gevestigd in een gebied. Hoe meer diversiteit aan insecten. Uitheemse soorten zijn te kort in een gebied om een goede samenleving te hebben met andere soorten.

De insectenpopulatie op planten is van grote invloed op de gehele biodiversiteit. Zo zorgt de aanwezigheid van de plantetende insecten ervoor dat er ook meer roofinsecten als sluipwespen aanwezig zijn. Meer insecten betekent ook meer voedsel voor vogels.

Plant daarom bijvoorbeeld een mooie haag aan met verschillende inheemse struiksoorten, zoals hazelaar en meidoorn. Je paard kan hier ook nog een lekker van eten.

Inheemse zadenmengsels

Vaak wordt er bij kruiden- en bloemenmengsels gekeken naar hoeveel kleur er in zit. Deze mengsels zien er mooi uit, maar zijn vaak niet erg aantrekkelijk voor insecten. Deze mengsels bestaan veelal uit veel uitheemse soorten.

Insecten hebben kruiden en bloemen nodig voor voedsel, schuilmogelijkheden en voortplantingsplekken. Uitheemse soorten bieden deze functies veel minder dan inheemse soorten.

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat op inheemse soorten drie keer zoveel van de onderzochte insectengroep voorkomt als op uitheemse soorten. Kies daarom altijd voor een zadenmengsel met inheemse wilde planten. Denk aan duizendblad, knoopkruid, margriet of kaasjeskruid. Op die manier draag je veel meer bij aan de natuur.

Wil je hulp bij het kiezen van inheemse soorten? Neem contact met me op en we bespreken de mogelijkheden.