Deel 1: Een poel

Poelen worden soms ook wel eens parels in het landschap genoemd. Een poel kan ontzettend veel biodiversiteit toevoegen in een landschap. Met een poel creëer je een leefomgeving voor bijvoorbeeld, kikkers, libellen, juffers, kevers, slakken en oever- en waterplanten. Als je geluk hebt zou je zelfs salamanders kunnen aantrekken met je poel.

Wanneer zorgt een poel voor meer biodiversiteit?

Er zijn een aantal voorwaarden waaraan een poel moet voldoen om een maximaal effect te bereiken qua biodiversiteit

Het formaat

Een kleinere poel voegt ook al waarde toe, maar als je maximaal effect wilt bereiken zou de poel minimaal 50m2 groot moeten zijn. De diepte zou ongeveer 1,5 tot 2 meter moeten zijn, maar je wil de poel niet overal even diep maken. Zorg voor diepere en minder diepe gedeeltes en een glooiende oever.

Waterpeil

Het is niet erg als het een keer gebeurt dat je poel droog komt te staan, maar je wil niet dat dit ieder jaar gebeurt. Kijk goed naar het grondwaterpeil op de plek waar je een poel wil aanleggen.

Kattenstaart

Planten

De hoeveelheid insecten en andere dieren die in (en om) de poel leven hangt samen met de hoeveelheid en het aantal verschillende soorten planten.

Je kunt de oever inzaaien met een speciaal zadenmengsel voor oevers. Zorg er in ieder geval voor dat je soorten inzaait of aanplant die van nature hier voorkomen. Exoten gaan snel woekeren en verspreiden zich zo ook naar andere wateren.

Inheemse plantensoorten sluiten ook beter aan op de behoeftes van de insecten en zijn zeker niet minder mooi.

Zwanenbloem

Zon

Het liefst leg je de poel aan op een plek waar het, het grootste gedeelte van de dag zonnig is. Dan kan het water mooi opwarmen

Het land om de poel heen

Maak het land om de poel heen ook zo interessant mogelijk voor verschillende dieren en insecten. Libellen planten zich bijvoorbeeld voort in het water, maar als ze volwassen zijn leven ze met name op het land. Plant struiken en bosjes aan in de buurt van de poel, of leg een dode boom neer.

Zet bomen en struiken ook weer niet te dicht bij de poel, om te voorkomen dat er te veel schaduw in de poel valt. Denk aan een afstand van ongeveer 5 meter voor struiken en 15 meter voor bomen. Op deze afstand bieden de bomen en struiken (en hun strooisel) in de omgeving nog voldoende ruimte voor amfibieën om te schuilen en te overwinteren.

Schadelijke stoffen

Zorg dat de poel niet in contact staat met sloten waar mest- of gifstoffen in terecht komen

Poelen en paarden

Ook voor paarden voegt een poel veel toe. Het is een verrijking van de leefomgeving. Paarden kunnen er drinken, pootje baden en bij een mooie overgang kunnen ze ook in de modder of het zand rollen.

Als je een poel tegelijk wilt gebruiken om biodiversiteit te vergroten is het noodzakelijk om een deel van de poel af te rasteren. Doe je dit niet, dan lopen de paarden alles stuk en worden belangrijke planten op gegeten.