Betula pendula

Berk is herkenbaar door de witte bast. Er zijn verschillende soorten berken, waarvan er twee van nature in Nederland voorkomen. De ruwe berk en de zachte berk. Verder zien we hier regelmatig de papierberk, deze komt oorspronkelijk uit Canada en Noord Amerika. De papierberk is te herkennen aan de witte bast die makkelijk loslaat.

De ruwe berk is een boom die vooral te vinden is in loofbossen op voedselarme gronden. De grond moet open en los zijn. De berk houdt er van om in het licht te staan. Hij kan zo’n 30 meter hoog worden. 

De berk is het meest herkenbaar aan de witte bast. De stam en bast wordt pas wit wanneer de boom wat ouder is. De bast van de ruwe berk laat op een gegeven moment grove donkere stukken zien, zowel horizontaal als verticaal op de stam. De stam wordt, naarmate de boom ouder wordt, van onder naar boven steeds donkerder.

De bladeren zijn eirond tot ruitvormig en lopen uit in een puntje, ze hebben een beetje de vorm van een vuurtje. De bladrand is dubbel gezaagd. De bladeren van de ruwe berk hebben geen beharing. De bladeren staan verspreid aan de takken.

De katjes komen tegelijk met de bladeren tevoorschijn. De mannelijke katjes hangen en zijn het meest opvallend. De vrouwelijke katjes zijn kleiner en staan meer rechtop. Pas na de vruchtzetting gaan de vrouwelijke katjes hangen.

Eetbaar

De Ruwe berk is veilig om te eten voor paarden. Paarden houden vooral van de jonge bladeren. 

De bladeren van de berk zouden urinedrijvend werken. Ook wordt er gezegd dat berkenblad een positief effect kan hebben bij artrose. 

Bij de berk is het belangrijk om de berk niet te snoeien aan het eind van de winter of in het voorjaar. Dit omdat de sapstromen op dat moment op gang komen. Je kunt wel takken snoeien wanneer de boom goed in het blad staat.

Inhoudsstoffen

De bladeren van de berk bevatten onder andere calcium, magnesium, zink en ijzer. Daarnaast bevatten de bladeren vitamine C.