Onder kleine landschapselementen worden verschillende groene en blauwe elementen verstaan die je tegen kan komen in het (agrarisch) landschap. Denk hierbij aan een struweelhaag een bomenrij of een poel.

Van oudsher hadden al deze elementen een functie. Zo werd een houtwal gebruikt om hakhout uit te halen. Dit werd vervolgens gebruikt om de kachel mee te stoken, of voor hout om mee te bouwen.  Ook gaven landschapselementen vaak de grens van een perceel aan. In de periode van de ruilverkaveling zijn veel landschapselementen verdwenen. Ze waren niet meer nodig, of niet meer praktisch om te hebben. Met het verdwijnen van deze landschapselementen is er ook veel biodiversiteit verloren gegaan. Hagen en houtwallen zorgden voor een leefgebied voor insecten, vogels en kleine dieren.

Het houden van paarden gaat goed samen met het terugbrengen van landschapselementen. Zo kun je bijvoorbeeld een struweelhaag planten met struiken die eetbaar zijn voor paarden en kun je een bomenrij plaatsen die schaduw geeft in de zomer.

Struweelhaag

Een struweelhaag is een haag die voornamelijk bestaat uit struiken met doorns. Deze hagen werden vroeger gebruikt om het vee binnen te houden en wild buiten. Een struweelhaag kan bijvoorbeeld volledig bestaan uit meidoorn, maar kan ook een mix van verschillende soorten struiken zijn. Een struweelhaag kan vrijuit groeien, hij wordt dus niet gesnoeid als een scheerhaag. Een struweelhaag kan dan ook aardig hoog worden.

Soorten in een struweelhaag die eetbaar zijn voor paarden zijn bijvoorbeeld meidoorn, hondsroos en hazelaar.

Houtwal

Een houtwal bestaat uit bomen en struiken. Deze worden op een wal aan de rand van een perceel geplaatst. Als deze houtwal niet op een wal staat wordt het een houtsingel genoemd. In een houtwal staan meestal soorten (bomen) die hoger worden dan de soorten in een struweelhaag. Oude houtwallen kun je herkennen aan de bomen die eerder gekapt zijn en die vervolgens weer uitgegroeid zijn. Deze vormen zogenaamde ‘stoven’, vaak meerdere dikke stammen onder aan de boom waar weer nieuwe takken uit gegroeid zijn. Tegenwoordig kun je een houtwal gebruik om takken uit te snoeien die je als ruwvoer aan je paard kunt geven.

Bomenrij

Ook een bomenrij is een landschapselement. Vaak zie je bomenrijen van knotwilgen. Vroeger werden knotwilgen gebruikt voor de mooie rechte takken. De jonge takken zijn ook nog zeer buigzaam en breken niet snel, hierdoor zijn ze geschikt om bijvoorbeeld manden mee te vlechten. Het knotten van de boom zorgt voor steeds weer nieuwe jonge takken en zorgt er voor dat de boom niet te hoog wordt. Zo blijft hij ook makkelijk te snoeien.

Poel

Een poel is een plaats waar van nature water in staat. Het waterniveau van een poel is afhankelijk van de grondwaterstand en regenwater. Zo kan een poel wanneer het veel regent goed vol staan, maar in een droge zomer ook wel eens droog vallen. Een poel werd vroeger gebruikt om het vee te laten drinken. Een poel is een ideale plek voor insecten en amfibieën om te leven. Wanneer je een poel hebt en deze ook gebruikt als drinkpoel voor je paarden, kun je het beste ongeveer 2/3 van de poel afzetten. Zo kunnen de paarden hier niet komen en hebben de andere dieren genoeg ruimte om te schuilen.

Door het terugbrengen van landschapselementen help je de natuur en maak je het landschap een stuk interessanter voor je paard.